Dit zijn de four chords
De meest gebruikte akkoorden in elke toonaard zijn I, IV, V, en VI. Dit noemt men de four chords. In de popmuziek zijn er heel wat liedjes gebaseerd op deze vier (zie onderstaand filmpje).
We vertellen je hoe je deze akkoorden kan vinden.
Nashville number system
Voor we het hebben over de four chords, leggen we eerst het Nashville Number System aan je uit. Aan de hand van dit systeem kan je namelijk akkoordprogressies vastleggen met cijfers.
Een akkoordprogressie is een opeenvolging van akkoorden.
We beginnen bij hoe een gewoon akkoord wordt neergeschreven:
Het Romeinse cijfer bovenaan duidt aan wat het volgnummer is van de notennaam binnen het octaaf. De do is de eerste notennaam, dus die krijgt I, de re komt als tweede, dus die krijgt II.
Het gewone cijfer onderaan vertelt je de verhouding tussen de noten binnen het akkoord. De grondnoot krijgt altijd nummer 1. Binnen het C-akkoord is dat de do. Een grote terts (3) hoger dan de grondnoot is de mi.
In dit geval komen de Romeinse cijfers en de gewone cijfers overeen, maar dat geldt voor majeur akkoorden enkel bij het C-akkoord.
De volgende stap is om een niveau hoger te kijken en de verhouding tussen de verschillende akkoorden vast te leggen. Hier worden opnieuw Romeinse cijfers voor gebruikt.
Dus:
- volgnummer van de notennamen binnen het octaaf: Romeinse cijfers
- verhouding tussen de noten binnen een akkoord: gewone cijfers
- verhouding tussen de akkoorden binnen een progressie: Romeinse cijfers
Je ziet dat elk Romeins cijfer opnieuw gelijk staat aan een andere notennaam. In het voorbeeld hierboven beginnen we bij de do, dus krijgt het C-akkoord het cijfer I. En zo gaan we telkens verder.
Afhankelijk van de beginnoot zullen de akkoorden die horen bij I, II, ... variëren.
Bovenaan deze blog verklapten we al dat de four chords I, IV, V, en VI zijn. Staat je nummer in F, dan zijn de four chords met andere woorden het F-akkoord, het B-akkoord, het C-akkoord en het D-akkoord.
Toch? Jammer genoeg is het niet zo eenvoudig, want er zijn nog enkele andere spelregels om rekening mee te houden. Hieronder gaan we dieper in op de four chords, zodat je helemaal mee bent.
De four chords
De magische vier akkoorden die altijd goed bij elkaar klinken, hebben een vaste verhouding tot elkaar.
We vinden ze in deze drie stappen.
Stap 1: welke akkoorden?
De four chords zijn I, IV, V, en VI.
Dat klinkt misschien wat lukraak gekozen, maar hiervoor keren we terug naar de kwintencirkel. Daarin zal je zien dat deze akkoorden allemaal vlak naast elkaar liggen.
Je begint zoals steeds bij I, het C-akkoord, daarna ga je:
- eentje naar links, dan vind je IV
- eentje naar rechts, dan vind je V
- eentje naar beneden, dan vind je VI
Stap 2: majeur of mineur?
In een majeur toonladder zijn I, IV en V majeur en is VI mineur.
Dat zie je ook direct op de kwintencirkel terug, want alle akkoorden binnen de cirkel zijn mineur.
Stap 3: kruisen of mollen?
Daarnaast hadden we in de tabel van daarnet nog geen rekening gehouden met kruisen en mollen.
Keer je dus terug naar de toonaard van F, dan zie je dat B niet voorkomt, maar wel B♭.
Resultaat
De juiste stelling is: staat je nummer in F, dan zijn de four chords het F-akkoord, het B♭-akkoord, het C-akkoord en het Dm-akkoord.
Waarom deze akkoorden?
Zoals we daarnet al vertelden, liggen deze akkoorden dicht tegen elkaar aan op de kwintencirkel. Daardoor klinken ze goed samen. Elk van de akkoorden binnen deze progressie heeft ook een specifiek nut:
- De I is het grondakkoord waar het hele nummer aan is opgehangen en zorgt voor rust
- De V zorgt dan weer voor spanning
- De IV is een helper voor de V, waardoor je in spanning kan opbouwen
- De VI werkt als vervanger van de I (ze liggen tegenover elkaar op de kwintencirkel) en klinkt iets zachter
Welke volgorde?
Vaak worden de four chords gespeeld in I - V - VI - IV, maar eigenlijk kan je elke willekeurige combinatie van deze akkoorden gebruiken. Er zijn geen vaste regeltjes die je moet volgen.
Andere akkoordprogressies
Hoewel de four chords vaak gebruikt worden, staat het je vrij om zelf akkoorden te kiezen en met elkaar af te wisselen. Zo wordt regelmatig de IV vervangen door II of wordt de III toegevoegd als vijfde akkoord.
Je kan heel wat 'magische formules' en ingewikkelde schema's hierover terugvinden, maar eigenlijk: als het goed klinkt is het prima, niet? Vertrouw dus vooral op je eigen oren én creativiteit.
Meer over akkoorden?
Lees onze blogs over:

Andy Sergeant
Als ervaren muzikant en leerkracht muziek helpt Andy je op een ontspannen manier om jouw muzikale ambities achterna te gaan.
Bij Coach My Band kiezen we voor coachings met veel boem boem en weinig bla bla. Daarom vind je alle bla bla gratis op onze website, zodat we tijdens de sessies kunnen focussen op ‘doen’, want daar draait het allemaal om in de muziek.
Andere blogs
- Zo teken je een kwintencirkel
- De majeur en mineur toonsoorten
- Moduleren kan je leren: 3 manieren om te veranderen van toonaard
Reacties