Theorie

Het verschil tussen toonsoort en toonaard

Soms worden de woorden 'toonsoort' en 'toonaard' al eens door elkaar gebruikt. Toch zijn het twee aparte begrippen met een andere betekenis. We leggen het verschil voor je uit.

Toonladder

We beginnen eerst bij de toonladder. Dit is een duidelijk vastgelegde opeenvolging van tonen of frequenties die in toonhoogte stijgen of dalen. De meest bekende is het octaaf dat bestaat uit acht tonen, waarbij de frequentie van de laatste toon dubbel zo hoog is als de eerste toon. De intervallen tussen elk van deze tonen zijn telkens gelijk (secunde tussen twee tonen, terts tussen drie tonen, ...).

Dit klinkt een beetje technisch, maar dat zijn eigenlijk gewoon de standaard do, re, mi ... tot de hoge do. Ben je nog niet helemaal vertrouwd met hoe een octaaf werkt, lees dan eerst deze blogpost.

Belangrijk om te onthouden: bij een toonladder zijn deze toonnamen niet gekoppeld aan specifieke (absolute) frequenties, maar moeten relatief ten opzichte van elkaar gezien worden. M.a.w.: in een toonladder kan je de 'do' (de eerste noot van het octaaf) op elke toonhoogte zingen of spelen.

Toonladder: octaaf

Bij deze toonladder blijft de afstand tussen de noten dezelfde voor elk octaaf, maar er bestaan ook andere toonladders, zoals in de microtonale toonsystemen.

Toonsoort

Een toonsoort bestaat uit zo'n toonladder en een toongeslacht (diatonisch, chromatisch, enharmonisch). De vaakst gebruikte is de meest 'strakke' vorm, de diatonische. Deze is verder opgedeeld in verschillende modi, waarvan de bekendste de Ionische (majeur) en de Eolische (mineur) kerktoonsoorten zijn.

Het verschil tussen die twee toonsoorten is dat de majeur toonsoort start op de C (do) en de mineur toonsoort start op de A (la). Daardoor is het interval tussen de eerste en de derde toon bij deze toonsoorten respectievelijk een grote terts en een kleine terts.

Door de toonsoort te bepalen ga je dus meer specifiek omschrijven hoe de verschillende noten van de toonladder zich tot elkaar verhouden o.b.v. de intervallen.

Het volledige overzicht van alle toonladders in majeur en mineur helpt je om snel de toonsoorten te leren.

Toonsoort: mineur

Daarnaast heb je nog de andere kerktoonsoorten en de meer speciale toonsoorten, zoals de zigeunertoonsoorten.

Toonaard

Wanneer je de toonsoort kent, weet je dus welke noten er allemaal in het muziekstuk kunnen voorkomen. Maar welke toonhoogte je exact moet spelen of zingen is nog niet duidelijk.

Daarvoor heb je de toonaard nodig, want die zet de toonsoort op een absolute toon.

Met andere woorden: hier gaan we bepalen op welke toonhoogte je de 'do' precies moet spelen. En dat doen we met letternamen.

De do staat standaard gelijk aan de C. In België werken we altijd met de notennamen als absolute waarden, maar in heel wat andere landen (waar ze werken met letternamen) zijn de notennamen relatief en zou de C ook voor de sol kunnen staan. Kijk dus altijd goed naar de voortekening om verwarring te voorkomen.

De toonaard Cm is de diatonische toonladder in mineur op toon C.

Toonaard: C mineur

Samenvatting

Dus:

  • Een toonladder is een opeenvolging van noten, zoals de acht noten van het octaaf.
    Octaaf: do, re, mi, fa, sol, la, si, do
    = abstract
  • De toonsoort koppelt de toonladder aan een modus (zoals majeur of mineur) en vertelt je hoe groot de afstand tussen de opeenvolgende noten van de toonladder is.
    Majeur: do, re, mi, fa, sol, la, si, do
    Mineur: do, re, mi, fa, sol, la, si, do
    = relatief
  • De toonaard koppelt de toonsoort aan een grondnoot en vertelt je vervolgens welke noten kunnen voorkomen en hoe hoog die klinken.
    C majeur: C, D, E, F, G, A, B, C
    C mineur (Cm): C, D, E, F, G, A, B, C
    = absoluut
Klaar om een muzikale superheld te worden? Stuur ons een bericht.