Theorie

De symbolen van een partituur

Een partituur staat - naast de verschillende noten en rusten - vol symbolen. Om je vlot te helpen bij het terugvinden van de betekenis van elk symbool, lijsten we de vaakst voorkomende symbolen van een notenbalk voor je op. Deze symbolen bepalen hoe je de noten precies moet spelen.

In onze andere blogs vertellen we over de onderdelen van een partituur:

Je leert er onder andere op welke toonhoogte en hoe lang je een noot moet aanhouden. In deze blog vertellen we je met welke interpretatie je dat moet doen.

Symbolen

Koppelteken: verbind 2 noten met dezelfde toon

Octaveringsteken: speel de noten een octaaf hoger dan geschreven

Herhalingsteken: herhaal het stuk dat tussen de 2 tekens staat

Volta-teken: bij een herhaling: zing eerst 1 en bij herhaling 2

Da capo: herhaal vanaf het begin

Dal segno: herhaal vanaf het segno-teken

Simile: herhaal enkel de vorige maat

Coda: verspring van het eerste naar het tweede teken

Articulatie

Als aanvulling op de nootduur, kan je met articulatie extra accenten in de muziek leggen, bijvoorbeeld door noten wat meer aan elkaar te verbinden of door ze net heel kort te benadrukken.

Staccato: speel de noot kort

Legato: speel de noten aan elkaar gebonden

Fermate: hou de noot iets langer aan

Accent: beklemtoon de noot

Het verschil tussen het koppelteken en legato

Het koppelteken en het teken voor legato lijken op elkaar. Het verschil zit hem in de noten die met elkaar verbonden worden:

  • Het koppelteken verbindt noten van dezelfde toonhoogte, de noot moet dan aangehouden worden voor de som van de totale notenduur
  • Het legato teken verbindt noten van een verschillende toonhoogte die als één geheel (gebonden) na elkaar worden gespeeld zonder te stoppen
Koppelteken & legato

In de tweede notenbalk zie je hoe een koppelteken verandert in een legato, omdat de noten niet meer van dezelfde toonhoogte zijn.

Er bestaat nog een derde gelijkaardig symbool en dat is de zinsboog. Die reikt over een groter aantal noten en vertelt je dat deze noten één muzikaal geheel vormen en dus zonder te stoppen aan elkaar gespeeld moeten worden.

Zinsboog

Dynamiek

Zacht of hard spelen? Dat merk je aan de hand van deze termen en afkortingen.

Pianissimo: zeer zacht

Piano: zacht

Mezzo-forte: half-luid

Forte: luid

Fortissimo: zeer luid

Crescendo: toenemen in kracht

Decrescendo / diminuendo: afnemen in kracht

Klaar om een muzikale superheld te worden? Stuur ons een bericht.